De drie grootste trutten van de planeet

Misprijzen lag even dik op hun gezichten als de laag fond-de-teint waarvoor ze nog voor dag en dauw waren opgestaan. Zo beeldde ik het me toch in. In gesprekken achteraf heb ik hen wel eens de drie grootste trutten op de planeet genoemd. Dat was geen hyperbool.

’s Ochtends vroeg, we zijn klaar om naar de Machu Picchu te vertrekken. Bij gebrek aan tijd en uit de overweging dat het financieel toch op hetzelfde neerkomt hebben we een tour geboekt. Je wordt in alle vroegte opgehaald in je hostel en met een taxi naar een verzamelpunt gebracht. Van daaruit vertrekken busjes, zeer veel busjes, naar de Machu Picchu. Na een rit van zeven uur zetten die je af bij een hydro-elektrische centrale in the middle of nowhere van waaruit het nog twee uur wandelen is naar Aguas Calientes. Dat is een onwerkelijk bouwpakket-dorp dat er uitsluitend op is gebouwd om toeristen door de te sluizen naar het wereldwonder. Je kan er ook geraken met de trein of te voet over het Inca Trail, een van de kilometerslange paden die het Incarijk ontsloten. Beide opties kosten honderden euro’s. Tja.

We moeten even wachten op ons busje. Wanneer we na een half uur te horen krijgen dat het eerste exemplaar panne had maar dat er een nieuw busje onderweg is, wordt er hevig gezucht en met de ogen gerold naast ons. De drie grootste trutten van de planeet zijn niet blij. Je zou denken dat het vooruitzicht de Machu Picchu te bezichtigen je blij maakt, maar nee. Als in een adem staan ze af te geven op Peru’s verzamelde infrastructuur. Zouden ze moeten stappen naar Aguas Calientes, dat was hen niet verteld. Was dat busje weer te laat, ja natuurlijk, wat hadden ze anders verwacht, niets in Peru is immers goed geregeld. Bla bla bla. Ik probeer me er niet op te concentreren want hun geëtter bezorgt me jeukende vingers.

Beschuldigingen

Gelukkig konden we hen na de eerste busrit (oh ja ze bleven kankeren) grotendeels ontwijken. Op de terugweg hadden we andere reisgenoten. Die waren dan wel sympathieker tegen ons maar niet tegen de chauffeur. Wanneer die ons een straat vroeger afzetten dan hij had aangekondigd, ging er eentje door het lint. Na urenlang manoeuvreren over onverlichte bergwegen vond een Argentijnse medepassagier het nodig de chauffeur de huid vol te schelden en te beweren dat alle Peruvianen leugenaars zijn. Ja, andere toeristen, ze bleven me verbazen. Nu snapte ik wel een beetje waardoor die Argentijn zo gefrustreerd was.
Op de terugweg hadden we niet een half uur, maar twee uur op het busje moeten wachten. De organisatie was een chaos en niemand vertelde ons wat. Het wás enerverend. Net als het openbaar vervoer trouwens. De busjes zijn te klein, te vol, stoppen te vaak en zijn zelden op tijd. Maar zo is het nu eenmaal. Je bent op reis, het is net een deel van de charme dat je je laat meevoeren door wat er op je afkomt. Zo ontdek je nog eens wat.
Zoals toen wij een nacht waren gestrand op de luchthaven van Lima. We ontmoetten onder andere een professor die met overgave kon uitweiden over Peru’s oude beschavingen. Wist je dat er een instrument bestaat waarvan de onhoorbare trilling je zo gek kan maken dat je zelfmoord pleegt. Of dat er in Cuzco brood wordt gebakken met gist die al duizend jaar leeft en die sporen bevat van over de hele wereld.

IMG_1193
A room with a view in Machu Picchu (‘oude site’ in het Quechua, de originele naam ging verloren).

Peru is groot, en veel toeristen komen maar voor even. De verleiding is groot om achter een eivol schema aan te hollen, maar maak je dan van reizen geen opdracht? Eender wat er niet loopt zoals gepland zorgt voor stress, en dan gaat het van ‘Peruvianen zijn onderontwikkeld’. Of leugenaars, volgens die Argentijn. In vergelijking met Europa, of Argentinië, is Peru inderdaad minder ontwikkeld. Ook door mijn hoofd was wel eens de gedachte gegaan dat het een kwestie van onkunde is. Waarom anders lukt het bij ons wel, logistieke efficiëntie, en in zoveel niet-Westerse landen niet. Maar dat is niet eerlijk. 

De val van het Incarijk

We gaan even terug naar het jaar 1532. De negende Incakoning zetelt in Cuzco, pal op het kruispunt tussen de vier delen van het Incarijk. Ironisch genoeg zijn de Inca’s juist erg goed in infrastructuur. Het zijn ook niet bepaald doetjes, een rijk zo groot dat het van Ecuador tot Argentinië en van Chili tot Bolivië strekt, verkrijg je niet zonder geweld. Maar wanneer Pizarro voet op Incabodem zet met een klein groepje mannen, brengen ze iets mee wat geen Inca ooit gezien had: stalen wapens, buskruit en paarden. Op het continent dat nu de grootste uitstoot van dierlijke gassen kent, werd voor de komst van de Europeaan amper vee geteeld. Uit schrik misschien, of wie weet uit nieuwsgierigheid ontving koning Atahualpa de Spanjaard met open armen. Dat was een vergissing.
Pizarro voelde zich weinig verplicht door de gastvrijheid van de Inca’s, en nam de koning gevangen. Onder zijn volk richtte hij een bloedbad aan, het land werd geplunderd, ziekte greep om zich heen. Dit ging zo’n tijdje door, tot in 1821 Peru onafhankelijk werd. Maar zelfs daarna bleef het land gedeeltelijk in buitenlandse handen. Het spoor tussen Cuzco en Machu Picchu is bijvoorbeeld eigendom van Britten en Chilenen. Grote hotels behoren bijna altijd toe aan buitenlanders en er werken amper Peruvianen. In het noorden worden hele delen van de jungle verkocht aan multinationals, wat een toestand van wetteloosheid afkondigt over zowel mens als milieu.

Niet onkunde, maar het onevenwicht veroorzaakt door de kolonisatie en het neokolonialisme zijn de oorzaken van Peru’s logistieke inefficiëntie. Erger nog. Onze steden zijn gebouwd met wat onze voorouders stalen uit de kolonies. Om de georganiseerde diefstal niet in het gedrang te brengen werd na de onafhankelijkheid de opkomst van links in vele ex-kolonies is op schandelijke wijze gesaboteerd door het Westen. Nog steeds bestaat onze vooruitgang bij gratie van de exploitatie van landen zoals Peru. Dat ze niet zouden kunnen is een drogreden die een structurele ongelijkheid verstopt. Zoals Michel Faber het zei op Winternachten in Den Haag, ‘in plaats van dat we denken dat een zekere mate van ontbering vanzelfsprekend is in elke maatschappij die niet andere maatschappijen uitbuit, voelen we ons superieur. Wij definiëren niet-kapitalistische stelsels als ‘iets wat niet werkt’.

Disneyland

Net als de drie grootste trutten op de planeet leed ik dus aan een superioriteitsgevoel. Het schaamrood kleurde mijn wangen. Ondankbare nesten die we zijn. Maar zich ernaar gedragen is zonder excuus, hoeveel flappen je er ook tegen aansmijt. Dit is Disneyland niet. Toch ben je hier als toerist in de eerste plaats consument. Wie er niet-Peruviaans uitziet wordt In de straten van Cuzco voortdurend aangesproken: of je geen tour wilt, een hotel, een souvenir, een discotheek, juwelen, een schilderij, op de foto met een kleurig uitgedost vrouwtje en haar babylama. Een ‘neen, dank je’ volstaat meestal wel, gelukkig. Peruvianen zijn erg beleefd en er wordt je zelden echt wat opgedrongen.
Maar het woekeren van de toerisme-industrie de laatste decennia maakt veel contacten onverschilliger, oppervlakkiger, sneller. Een lieve Duitser waarmee we een eind optrokken hield niet van dat onpersoonlijke en wilde vrienden worden met alle Peruvianen. Nobel en herkenbaar, hoewel er een zweem paternalisme in achterblijft. Dat je het gevoel hebt iets recht te moeten zetten, of dat te kunnen, lijkt het onevenwicht eerder te bevestigen dan te hertekenen. Op een of andere manier zijn we allemaal erfgenamen van dat koloniale verleden. Ik ben er een wandelend bewijs van, alleen al omdat ik de kans heb zo ver te reizen. Wil ik me daarom wentelen in schuldgevoel? Niet per se. Maar Peru confronteerde me wel met enkele ethische vragen over toerisme.

IMG_1164.jpg
Cuzco – San Blas

Het verbaasde me hoeveel toeristen wezenlijk ongeïnteresseerd waren in Peru. Ze willen het comfort en hun gewoonten van thuis, terwijl ze als mooie extra bezienswaardigheden van hun lijstje kunnen schrappen. John Urry vond hier de term tourist gaze voor uit. In navolging van postkaarten en instagram gaan toeristen op zoek naar beelden die ze herkennen. Hoeveel identieke plaatjes zijn er niet gemaakt van de Eiffeltoren. Of van de Machu Picchu. Ik pleit schuldig. Kan je naar Peru gaan zonder hem te hebben gezien? Amper. Toch, struikelend over selfie sticks verloor het wereldwonder veel van zijn mystiek. Wilde ik de authentieke ervaring, liep daar een ton andere toeristen rond. Allemaal fluo, net als ik. Het was prachtig en verschrikkelijk tegelijk.

IMG_1217.jpg
Dit is’em.

Ik ging naar de Machu Picchu met het romantische beeld van een ongerepte ruïne. Ik zou de geest van een eeuwenoude, verloren beschaving gaan voelen. Ging dat even anders. Die geest was allang gevlucht. Het aura waar ik zo naar hunkerde verdampte onder een spervuur van ogen, en van camera’s. Iets verandert door ernaar te kijken. Je voegt er wat van jezelf aan toe, en je bent niet alleen. Mijn ervaring leek de mijne niet meer, maar bezoedeld, vijf-miljardste-hands. Het werd onmogelijk om me onder te dompelen in een ver verleden, de afstand tussen mezelf en de straten waarin ik wandelde was onoverbrugbaar. De Machu Picchu is een theater geworden. Is dat zo slecht? Rousseau zou zeggen van wel. Ik ben er nog niet uit. Maar vast staat wel dat ik zelf bijdraag aan wat ik zo onaangenaam vind. Ik behoor ontegensprekelijk tot die massa toeristen die naar het wereldwonder trekt, die Cuzco transformeert tot bleekschetenstad. Als je met zovelen bent verandert toerisme een land. Het is Disneyland dan wel niet, het begint er een beetje op te lijken. Je staat in de rij en graait mee wat je kan.

Regenboogberg

Een voorbeeld is onze laatste uitstap, de zogenaamde Regenboogberg. De naam heeft zelfs iets weg van een pretparkattractie. Denk gekleurde laagjes zand zoals je in de kleuterschool in een yoghurtpotje schikte, maar dan op een schaal van een kilometer. Op de achtergrond een besneeuwde bergketen. Het is een verheffend stukje natuurpracht, waarmee ik niet in eerste instantie zinspeel op de 5000 meter hoogte maar op het besef dat je als mens zoveel schoonheid in je kan opnemen. Na het claustrofobische België plots een onmetelijke oppervlakte om je gedachten over uit te spreiden. Het is haast onmogelijk er niet door bevangen te raken. De natuur in Peru is onontkoombaar spectaculair buitenproportioneel.

IMG_1286.jpg
Vinicunca – De Regenboogberg of Montaña de los Siete Colores

Tot voor een jaar was de Regenboogberg enkel bereikbaar voor ervaren klimmers die er een trektocht van vijf dagen op grote hoogte voor over hadden. Sinds maart 2016 worden er dagelijks tours naartoe georganiseerd met bussen, ontbijt en lunch inbegrepen, en een hele rij paarden voor wie de klim van twee uur niet te voet aankan. Wij hadden genoeg fysieke kwaaltjes om dat te beargumenteren en huurden elk een paardje. Mijn illusie van galop over uitgestrekte vlakten hield welgeteld vijf minuten stand. Het is opmerkelijk hoeveel totaal onrealistische illusies ik koesterde tijdens onze reis in Peru. In mijn fantasie was het overal verlaten, de realiteit was net iets anders.

IMG_1280

Mijn rijdier Tellupunchu (Quechua voor ‘gele poncho’, niet bepaald de meest heroïsche naam) liep mee in een lange sliert. Mijn benen kwamen bijna tot aan de grond en op sommige momenten leek het erop dat mijn pony de berg werd opgetrokken door begeleider Fermin. Zat ik daar vol koloniale schuldgevoelens terwijl onder mij dat paard liep te hijgen en voor ons uit Fermin die berg opsjeesde. Op sandalen nota bene. Op hele steile stukken moest ik even van dat paard, zelf klimmen. Ik voelde me net een zak aardappels. Fermin, ondertussen vrolijk Quecua kwetterend met zijn collega’s, stelde me gerust. Dit was zijn werk, hij verdiende er mooi geld mee. En dat is waar, toerisme biedt een aanzienlijk economisch voordeel. Maar ondertussen raakt het ecologisch evenwicht van die berg wel verstoord.

Hoe duurzaam is dit nog, en staat wat we nemen in verhouding met wat we ervoor teruggeven? Een andere vraag: zou ik er zelf minder voor op reis gaan? Waarschijnlijk niet. Net zomin als een ander. De klok tikt niet terug.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s