Een Antwerpse in Brussel – A legal alien

Brussel ≠ Antwerpen

Antwerpen heeft veel gezichten, maar niet zoveel als Brussel. Je vergeet gemakkelijk hoe onze hoofdstad bruist als je er een tijdje niet geweest bent. Dit weekend ging ik op stap met twee Brusselkenners. Ze namen me op sleeptouw  en we trokken ver voorbij de vertrouwde kunstberg.

Onze trip begon in Wiels Want dat is ‘een van de meest toonaangevende instellingen voor hedendaagse kunst in België,’ en het stond dan ook al lang op m’n lijstje.

Op weg ernaartoe ketste de felle ijszon overal op af. De verpauperde wijken rond het Zuidstation baadden in een fonkelpoel. En zit Wiels daar even in een bijzonder gebouw zeg: vanbuiten een betonnen blokkendoos, en vanbinnen net een zwembad met groene tegeltjes en koperen ketels. Maar ’t is wel schoon.

Ze werken er met wisselende tentoonstellingen, en nu waren dit er van Mark Leckey en van Anna Torfs.

Poep-penissculptuur

Leckey assembleert readymades en speelt graag met zijn 3D-printer. Hij maakt ook videokunst die hij op verschillende soorten dragers toont. De meesten daarvan doen pijn aan je ogen, en het schoot me te binnen dat ik zo’n omarming van moderne technieken nog niet vaak heb gezien in musea. Maar of het in Leckey’s geval veel bijdraagt aan de inhoud … Toch zullen de poep-penissculptuur en de collage van 70s hipsterportretten me wel nog even bijblijven. Vooral omdat een van de bezoekers zo uit de collage leek te zijn opgestaan. Misschien was hij ge-3D-print.

Torfs houdt het serener. Ze werkt vooral 2D en erg grafisch, en wat ze maakt is af en streelt het oog. Alleen jammer dat de boodschap die haar kunst mee aanstuurt, te complex is voor het medium en daarom ook aan je voorbijgaat.

En toen

En toen hadden we honger.

Dus gingen we iets eten.

En daarna namen we de trein.

En toen bezochten we de David Lynch retrospectieve en expo in de Cinema Galeries.

Het was al een beetje surrealistisch op zich om door de massa heen te waden in de feërieke Galeries de la Reine. Overal hing kerstversiering, en alle winkels leken uit een prentenboek van Het meisje met de zwavelstokjes te komen. Wanneer plots die glazen deuren opdoemen en je een cinema binnenduikelt die eruit ziet als een koffiebar en een grot tegelijk.

Dat dus. En dan het trapje af, want de expo’s zijn in de kelder. Een vaas met lelies en rode draperies voorbij. En daarachter kom je te weten waar Lynch zich de laatste jaren mee bezighoudt. Het plezier van het maken zit er duidelijk in, en er zijn enkele knappe beelden bij. Sommige gaan op zoek naar dat deel van je onderbewuste dat bij zijn films in alarmfase rood schoot. Maar ze bereiken het eigenlijk niet.

Misschien verwachtte ik er meer van. Misschien verwachtte ik een ervaring. Die kreeg ik niet, maar ik kreeg wel een broodkruimpje van inspiratie. Van goesting, om het betrouwbare alledaagse eens wat vaker uit te dagen, en op zoek te gaan naar wat Lynch het ‘pure bewustzijn’ noemt. Om te maken zonder schroom.

En daarna

En zo liep onze dag ten einde.

Het was donker geworden.

Maar nog niet stil.

We hadden weeral honger.

En we gingen naar de Matonge-wijk. Zo belandden we van een gebouw uit het begin van de vorige eeuw in een sprookje, zo ons onderbewuste in, en vandaar in een bord maffe met gebakken banaantjes.

Life. Is. Good.

Na nog een ommetje zijn we iets gaan drinken in een café dat stilaan zijn lichten doofde en de volumeknop omhoog draaide. Er waren cocktails. Er viel heel wat rond te kijken. En er werd duchtig gedanst in die gemoedelijke smeltkroes van een kroeg.

Ja, wij gaan nog eens terugkomen. En snel ook.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s