BOMMEKEUH

De meeste hippe dingen vind ik niets. Maar van zwembaden houd ik wel. En van gin-tonic. Daar word ik zowaar liederlijk van, vrank, vrij en nonchalant. Nee, gin-tonic stelt nooit teleur. Maar ik wijk af.
Een jaar of wat geleden las ik dat het helemaal hip was om over zwembaden te schrijven. Schrijvers allerhande doopten er hun pennen in. Jury’s van schrijfwedstrijden werden er onder bedolven, redacties dweilden met de kraan open. Het waren blauwe tijden. 

Ondertussen is er al een hele poos geen zwembad meer in de literatuur verschenen. Niet in de meesterwerken, niet in de stationsromannetjes. En nee, zelfs niet op de e-readers. Het zwembad in het geschreven woord… is niet meer. Zeer langzaam sijpelt het besef de hoofden der schrijvers binnen. Is het werkelijk? Komt het zwembad niet meer op papier?

Groten der aarde, pardon, maar een klein beetje zwembad af en toe maakt de wereld toch mooier. Dus waag ik mijn kans.

Dans
Het zwembad van mijn keuze heeft best vaak een dichterlijk allooi. Het is een tempel. Van democratische tegeltjes groen als kinderpoep, weliswaar. Maar niettemin een tempel, waar het lichaam wordt gehuldigd, en de gewone mens bevrijd van de niksdoenerij.
Toegegeven, de adonissen zijn er een beetje als ruïnes. Misschien waren ze best de moeite waard in betere tijden, nu zijn ze niet meer om aan te zien. Maar met een beetje fantasie gaan zelfs de hangende buiken, flodderende trekken en vlekkige huid charmeren. In een verstilde dans laten zij hun grijze, wattige lijven te water, en drijven zij, steeds heen en weer.
De oudjes en ik zijn vrienden. Wel, er zijn er twee met wie ik een praatje sla. De rest knikt, soms. En met één speel ik koude oorlog. Het zwembad is van iedereen, hoor mevrouw!

Bye bye aan de vrede
Op mooie dagen ontvouwt zich de zon in het turkooizen water, en hult zij zelfs onze vijanden in haar eigele licht. Zacht, teder. Een stille plas strekt zich eindeloos voor ons uit en in volstrekte beheersing glijden wij door het water. Kikker-schaar-pijl, kikker-schaar-pijl, pompen onze lichamen ritmisch. Belletjes brubbelen aan neuzen, kleine golven kabbelen en rimpelen achter de slagen van samengevouwen vingers.

Dan komen de kinderen. Heel der bataljons zijn het die zich in het water storten. De zonet nog vlakke spiegel malen zij om tot een zeeïge hel, waarbij het Vlot van Medusa een plezierreisje lijkt. Alom gevreesd klinkt vele malen deze onheilskreet: “BOMMEKEUH!”

Eén ding is zeker, in het zwembad verveel ik me nooit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s