To study or not to study

Study

Er zijn woorden die stilletjes voorbij trippelen, die voort klateren zonder opgemerkt te worden. Ze zijn bescheiden, nooit opdringerig. Zij zijn het corpus dat tolt en tuimelt, als klankbord waartegen de prima inter vocabuli hun pirouettes afsteken. In zekere zin zijn zij de indignado’s van de woordenwereld, want de ‘schat’ werd niet voor hen bedacht. De schat duidt op woorden met standing.

Neem nu studeerkamer. Vier lettergrepen, dat verdient op zich al de nodige égards. Maar belangrijker nog is de rijkdom aan visuele associaties die ze oproepen. Studeerkamers met majestueuze houten interieurs natuurlijk, en de onmisbare kristallen fles whisky op een dienblad in de hoek. Studeerkamers met zachte pluchen vloeren en riante bekleding, of toch eerder met beton. De zogenaamde industrial look. Studeerkamers die de gehele verdieping beslaan, met meterslange werktafels. Er zijn er met boekenkasten, zonder boekenkasten. Ze hebben bureaus in alle formaten, vaak met talloze kleine schuifjes en deurtjes, en kijk, hier een collectie sigaren. Daar misschien een lijntje coke. Je weet nooit wat je te wachten staat in een studeerkamer.

Het is een woord dat de deuren naar de verbeelding opengooit. De ramen ook. Iemand spuwt het de arena in van sonische trillingen en auditief genot, en daar gaan de radertjes aan het ronken. Allemaal studeerkamers stapelen zich op in mijn hoofd. Met open haarden, kroonluchters, houtsnijwerk, marmer, tapijten, portretten, cassetten, medaillons, trofeeën en overwinningslinten, zetels, kamerschermen, of zelfs conceptuele installatiekunst. Studeerkamer is geen woord dat zich laat passeren. Het komt binnen walsen met heel wat tam tam, en deelt de bühne met niemand. Niemand. Laat dat geweten zijn.

Mijn ‘studeerkamer’ is ook een slaapkamer, opslagplaats, mini-trainingszaal (mini niet in het minst wat betreft de inspanningen die er geleverd worden),  inloopkast, salon, mini-atelier, mini-beauty boutique en mini-disco (idem, idem, en idem). I can’t help thinking… studeerkamer is misschien toch wat zwaar op de hand. Geef mij dan maar het Engelse study. Dat klinkt veel bondiger en effectiever. Vrolijker en soepeler ook. Laat die égards maar achterwege, cut the crap, en gáán! Enfin, toch als ik een goeie dag heb.

Nachtelijke dwaling

Die study van mij biedt een panoramisch zicht op de nog zomergroene grenzen van het Schoonselhof, in de volksmond misschien wat pedant ‘het Père Lachaise van Antwerpen’ bijgenaamd. Langs zijn brede lanen en mossige vijvers liggen niet de minste creatieve geesten begraven. Lang vergaan tot karbonkels en erger, en velen van hen ook reeds vergeten. Maar de aanwezigheid van wijlen Hendrik Conscience, Willem Elsschot, en Gerard Walschap onder de zoden hier nog geen kilometer vandaan, kan toch tellen als aanmoediging en inspiratie.

Ik betwijfel of één van deze heren er iets mee te maken heeft, maar de laatste tijd klinken uit het struikgewas (of, eerlijk, van waar dan ook op het ruime domein) geregeld vreemde geluiden op. Het is al donker, en dan is er gedurende vrij lange tijd met tussenpozen een soort oergebrul te horen. Het is opmerkelijk agressief van aard. En het is uiteraard ongemeen intrigerend.

Bij volle maan zijn de lanen in principe voldoende verlicht om op verkenning te gaan. Afgezien van mijn onweerstaanbare neiging altijd verloren te lopen in parken (ja, ik ben zo’n sul die loopt te romantiseren en dan alle gevoel voor navigatie verliest), ben ik dus best in staat mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. In theorie toch. Want ik durf niet. Goed, ik denk dat we nu zo ongeveer wel de anticlimax bereikt hebben. Mijn excuses. Het enige alternatief voor het uitzoeken van de waarheid bestaat eruit meerdere mogelijke waarheden te verzinnen, en uit die pluraliteit troost te putten.

Mijn eerste gedachte was aan een neonazi-vereniging, die op regelmatige tijdstippen bijeenkomsten organiseert tussen de graven, kwestie van de sfeer er wat in te houden. In dat geval wordt mijn eenmanspatrouille een hachelijke onderneming. Een lichtelijk kinky optie zou ook een SM-onderonsje kunnen zijn. Bwa, houd ik me toch liever buiten. Wat denk je van een echtgeno(o)t(e) in de rouw in overdrive, ontgroeningsrituelen van de lokale wicka-vereniging, of een extatische necrofiel? En natuurlijk is er nog een hele rist mogelijke zombie-excursies, dodendansen, rendez-vous onder geesten, of leerling-dodenopwekkers aan het werk. Je raadt het al, ik knijp hem helemaal.

De verklaring voor die beestige geluiden ligt waarschijnlijk vlak onder mijn neus naar me te zwaaien (“ja, hier, nog een beetje naar rechts, nee! stom kalf, dat kán toch gewoon niet. Foert, ik geef het op). Maar kijkt, zie, ik romantiseer nu eenmaal graag. En terwijl ik overdag mijmer met een gigantische screensaver van bladerdak en achtertuintjes, en ’s avonds pieker en giechelend huiver, stuurt wijlen Willem Elsschot nog een uitnodiging rond voor een theekransje, want ’t is weer lang geleden hé kameraden. Pakt achter ’t kasteel, ’t is daar zo gezellig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s