Teresa Margolles: grenzen als instrument voor bewustwording

Tekst geschreven voor de tentoonstelling Beaufort Buiten de Grenzen 2015.

In tegenstelling tot vorige edities van Beaufort, die zich langs de gehele kustlijn verspreidden, verschanst de triënnale zich voor zijn vijfde verjaardag in drie natuurdomeinen. Twee daarvan bevinden zich aan de landsgrenzen met Nederland en Frankrijk. Hier valt het artificiële karakter van zulke scheidslijnen eens te meer op, want noch de duinen, noch het getijdenlandschap verschillen wezenlijk aan de overkant van elke grens.

Grenzen zijn vaak een kunstmatig in stand gehouden onderscheid, dat een strategische rol heeft te vervullen binnen een machtsverhouding. Zoals op politiek vlak de landsgrenzen worden versterkt en op ideologisch vlak het verschil tussen wij en zij wordt benadrukt, staan ook op economisch vlak grenzen onder spanning. De kloof tussen haves en have-nots groeit dagelijks en wereldwijd stijgt het aandeel indignados dagelijks (1). Toch blijft het grootste deel, in de periferie, ongehoord.

Een kunstenares die het opneemt voor deze vergeten klasse, is Teresa Margolles. Ze is afkomstig uit Culiacán, waar het grootste drugskartel van Mexico het voor het zeggen heeft. In haar werken rouwt ze om het ziekelijke geweld en de armoede die haar land verteren (2). Dit doet ze op een uitgesproken viscerale manier: haar kunstwerken, stille getuigen van het geweld, grijpen naar de keel, nestelen zich in de maag, en zinderen nog lang na in het hele lichaam van de toeschouwer. De installatie En el Aire (2003) is een mooi voorbeeld. Ze blaast bellen van water waarin lijken gewassen zijn en die uiteenspatten op de huid van het publiek. Hoewel gedesinfecteerd, blijft het een spoor van de dood dragen, en de dreiging van besmetting. Lees verder

Advertenties

De onbereikbare essentie

De beste reis is er een waarna je jezelf anders bekijkt. Wat ik op m’n blog schrijf vertelt in feite meer over mij dan over mijn bestemming. Dat schreef ik al fronsend in een brief terwijl boven mij de regen zachtjes tokkelde: er lag een zeil over de binnenplaats van het koloniale huis waar we verbleven in Arequipa. Het liep tegen de avond, dat moment waarop het bewolkte grijs ongemerkt overgaat in schemer. Ik begon in te zien dat het mooie verhaaltje dat ik had willen schrijven over Peru niet bestond. Lees verder

De terugreis – Turks Koerdistan (1)

Het lijkt pas gisteren dat we Iran achter ons lieten, klaar om Turkije te doorkruisen. We beginnen aan een lange weg, meer dan 4500 km over land van de Iraanse grens tot thuis. Niet voor de efficiëntie, zelfs niet voor het geld. Maar uit bekommernis om ons mentale welzijn. Het warme Iraanse welkom inruilen voor Belgische regengezichten is een beproeving. Er is zorg bij vereist. Die afstand in je gewrichten helpt tegen de onthechting, het houdt je gegrond.

Syriëstrijders
Onderweg naar het westen doet onze bus Gaziantep aan, een notoire halte op de route naar Syrië. Heel normaal lijkt het daar, het leven dat aan het busstation door elkaar krioelt. Kinderen met strandgerei, een sherbetverkoper die een dienblad vol bekertjes limonade op zijn schouder draagt. Bijna te normaal, terwijl we uitkijken naar de Syriëstrijders. Hoe zouden die eruitzien? Maar er is weinig tijd voor verkenning tijdens een rit van 21 uur. De bus heeft nog heel wat kilometers te slikken.

Lees verder

Weer een vakantie later. Twee keer raden waarheen. Natuurlijk was Iran nog niet klaar met ons. Ebe en ik geven ons er graag aan over. En om de thuiskomst te verzachten, keren we dit keer terug over land. We treinen, bussen en liften onze weg door achtereenvolgens Turkije, Bulgarije, Servië, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland. Het langst houden we halt in Turks Koerdistan. Uit solidariteit met die gepijnigde regio bespreek ik onze ervaringen van daar het eerst in een deel 1 en deel 2. Verhalen over de andere etappes van onze reis volgen binnenkort.

Ik wil een Park Spoor Oost!

Park Spoor Oost heeft iets mysterieus. Weinigen kennen de exacte ligging, slechts enkelingen zijn er al geweest. Als het van het huidige Antwerpse stadsbestuur afhangt wordt het ongebruikte spoorwegdomein straks een parking. De bewoners van de randgemeenten kunnen er dan hun auto achterlaten en ’t Stad verder met de tram verkennen. Tenzij ze dat te gevaarlijk vinden natuurlijk, in dat geval kunnen ze nog altijd naar het Sportpaleis. Maar wat met de bewoners die de stad niet ontvluchten? Zij kunnen niet alleen wat luchtkwaliteit gebruiken, maar ook een pauzeerknop op de soms claustrofobische woon- en verkeerssituatie. In de Scandinavische landen en in steden als Berlijn begrijpen ze wat er hier maar niet in wilt: dat mensen ruimte nodig hebben om te gedijen. Met de vinger wijzen naar een ‘gesloten’ bevolkingsgroep, maar wel alle potentiële ontmoetingsplaatsen doen dichtslibben. Hoeveel retoriek kan er eigenlijk nog op tegen tegen zulke inconsequentie?

Voor de geëngageerden: er is een petitie en Borgerhoutenaren kunnen een bezwaarschrift indienen.